Faillissement VOF

07-12-2016

Op grond van de Faillissementwet kan een vof failliet verklaard worden. Leidt dit ook tot het faillissement van de vennoten van de vof?

Tot 6 februari 2015 was de hoofdregel dat het faillissement van de vof "noodwendig het faillissement van de leden van de vennootschap" tot gevolg had. Deze regel vloeit voort uit een arrest van de Hoge Raad uit 1927 (HR 14 april 1927, NJ 1927, 725 De Eendracht) en werd laatstelijk door de Hoge Raad bevestigd in 2009 (HR 22 december 2009, NJ 2010, 15). In de lagere rechtspraak werd bij het faillissement van een vof doorgaans ook het faillissement van de vennoten uitgesproken of werd op de vennoten de schuldsaneringsregeling van toepassing verklaard.

Bij arrest van 6 februari 2015 is de Hoge Raad terugkomen op haar uitspraak uit 1927. In dit arrest heeft de Hoge Raad een nieuwe algemene regel geformuleerd die erop neerkomt dat het faillissement van de vof niet steeds en noodzakelijkerwijs leidt tot het faillissement van de vennoten.
De Hoge Raad overweegt onder meer dat een vof als een afzonderlijk rechtssubject behandeld wordt in de wet en dat zij zelfstandig kan deelnemen aan het rechtsverkeer. Dit strookt ook met het (van het privévermogen van de vennoten) afgescheiden vermogen dat een vof heeft. Daarnaast kan uit de Faillissementswet niet afgeleid worden dat het faillissement van de vof zonder meer het faillissement van de vennoten tot gevolg heeft. Hoewel vennoten op grond van de wet hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schulden van de vof, merkt de Hoge Raad op dat het (in theorie) zo kan zijn dat een vennoot in privé voldoende vermogen heeft om zowel de schulden van de vof als zijn privéschulden te betalen. Daarnaast overweegt de Hoge Raad dat de uitspraak van 1927 niet meer actueel is, omdat de figuur van de schuldsaneringsregeling in 2008 is ingevoerd. Tot slot stelt de Hoge Raad dat de automatische faillietverklaring van vennoten bij het faillissement van de vof in strijd kan zijn met het beginsel van "fair trial" (art. 6 EVRM), als niet voor iedere vennoot afzonderlijk beoordeeld wordt of hij in privé ook verkeert in een situatie dat hij "heeft opgehouden te betalen". Deze situatie is het criterium voor faillietverklaring.

In de praktijk zal het vaak zo zijn dat - vanwege de hoofdelijke aansprakelijkheid van de vennoot voor de schulden van de vof - het faillissement van een vof ook tevens het faillissement van een vennoot tot gevolg heeft. Dit hoeft echter niet het geval te zijn.

Bron: Aben & Slag Advocaten, Helmond.

Terug naar overzicht